In de zestiger jaren werd veel vurenhout toegepast voor kozijnen. dit naaldhout werd als volhout verwerkt, dat als gevolg van wisselende weersomstandigheden aanzienlijke krimp en zwellen vertoonde. De open verbindingen en scheuren die hiervan het gevolg waren, leidden tot houtrot. Daardoor was de levensduur van deze kozijnen kort. Deze problemen zijn aanleiding geweest voor de ontwikkeling van vormvast en foutloos gevingerlast en gelamineerd naaldhout. Het gebruik van foutloos gevingerlast hout zorgt ervoor dat de hechting van de verf overal goed is en dat houtrot als gevolg van kwasten en harsgangen niet voorkomt. Daarnaast minimaliseert lamineren het werken van het hout en voorkomt het vervorming zoals krom en scheluw trekken als gevolg waarvan de kans op open verbindingen zeer klein is.

Vingerlassen en lamineren

Gevingerlast hout bestaat uit een aantal met een vingerlas aan elkaar verlijmde stukken hout. Een gesloten vingerlas ziet eruit als een zigzagnaad op het hout. Bij vingerlassen worden onvolkomenheden zoals kwasten en harszakken uit het hout verwijderd. De overblijvende delen worden weer aan elkaar verbonden tot een homogeen stuk hout. Gelamineerd hout bestaat in tegenstelling tot massief hout uit een aantal op elkaar verlijmde lamellen hout. Lamineren voorkomt kromtrekken en reduceert het krimp en zwelgedrag. Bij VILAM hout is door de speciale zaagwijze en verlijming van de lamellen aan vier zijden van het profiel zoveel mogelijk rift radiaalvlakken van het hout zonder de vlamtekening aanwezig. Deze vlakken geven bijna geen aftekening van de groeiringen, waardoor een stabiele ondergrond ontstaat. Omdat er hierdoor minder spanningen ontstaan in de verflaag gaat deze langer mee. Dit is vooral van belang bij liggende delen.